Informatie Weimaraner

Informatiepagina

Bron: ONZE HOND oktober 2011

Tekst: Natasja van Hout

De Weimarse Staande hond

Ofwel de Weimaraner

Weimar is een industriële stad in het voormalige Oost-Duitsland. In het verleden was Weimar echter een florerend cultureel centrum, waar schilders en dichters graag vertoefden. Beroemde kunstenaars als Johann Sebastian Bach, Franz Liszt, Johann Wolfgang Goethe, Christoph Friedrich von Schiller en Johann Gottfried von Herder zijn korte of langere tijd verbonden geweest aan deze stad.

De Weimaraner dankt zijn naam aan de jacht- en jachthondenliefhebber Groot Hertog Karl August von Sachsen Weimar (1757–1828,) die met Weimaraners, of de voorouders daarvan, zou hebben gejaagd. Weimaraners zouden voor het eerst stelselmatig aan het Hof van Weimar – waar Groot Hertog Karl August resideerde – gefokt zijn. Het ras lijkt echter veel ouder te zijn, aangezien zowel qua bouw als kleur op Weimaraners gelijkende honden reeds te zien zijn op kunstwerken van veeloudere datum, zoals een schilderij van Van Dijck uit 1631 en een schilderij van Antonis Morr uit 1549.

Jachthond
De Weimaraner is een veelzijdig jachthondenras. Hij is een staande jachthond, maar wordt ook na het schot gebruikt als zweethond en apporteur. Hij heeft een geweldige neus en kan voortreffelijk speuren. Het is aan te raden om veldwerk met hem te gaan doen, of KNJV-training (jachttraining). Daarbuiten ziet men hem ook wel actief in hondensporten als agility en gehoorzaamheid. In Duitsland is men van mening dat de Weimaraner een jachthond is en geen gezelschapshond. In het land van herkomst verkoopt men via de vereniging dan ook uitsluitend pups aan jagers om te voorkomen dat het ras als huishond gehouden wordt. Soms kan een niet-jagende aspirant puppykoper toch aan een Duitse pup komen als hij kan aantonen, dat hij zijn hond “jagdlich führt”. Ook zijn sommige Duitse fokkers minder principieel als ze met pups dreigen te blijven zitten. De overblijvertjes die niet door jagers worden gekocht, komen zo toch gewoon bij gezinnen terecht.

Herkomst
Over de herkomst van de Weimaraner is veel geschreven. Verschillende, elkaar tegensprekende theorieën zijn kortere of langere tijd in zwang geweest. Een van de populairste aannames was dat de Weimaraner een degeneratie was van de Duitse Staande Korthaar. De zilvergrijze kleur zou een mutatie, een vervaging van de kleur bruin of zwart kunnen zijn. Genetisch klopt dat voor wat betreft zwart niet; dilution (verdunning) van zwart leidt immers tot blauwgrijs terwijl de Weimaraner zilver-, ree- of muisgrijs behoort te zijn met een donkervleeskleurige neus. Dit duidt op een verdunning van bruin.

Ook de Bloedhond wordt als mogelijke voorouder genoemd, evenals de Duitse Dog. De beste kaarten heeft hij die ervan uitgaat dat de Weimaraner afstamt van de Sint Hubertus Brak, aangezien deze brak wordt beschouwd als de oudste jachthond, waarvan alle moderne jachthonden afstammen. Dat zou ook zijn natuurlijke aanleg voor zweetwerk – veel sterker ontwikkeld dan bij de andere continentale staande hondenrassen – verklaren. Tegelijk verklaart dat ook dat de Weimaraner bij het werk voor het schot – uitzonderingen daargelaten – niet als hoogvlieger bekend staat.

Maximilian
De eerste melding van staande honden in de Duitse taal is een korte notitie van keizer Maximilian, die regeerde van 1493 tot 1519. Hij schreef de hertog van Oostenrijk over de valkenjacht en gaf instructies aan zijn bedienden om een afgesloten terrein te prepareren voor de jacht op ‘Waldhuehner’ (houtsnip) of ‘Feldhuehner’(patrijs). Voor deze jacht gebruikte men een net en een staande hond.

In de periode waarin de keizer deze tekst schreef, had Oostenrijk de macht over Spanje. De Spaanse Pointer (Perdiguero de Burgos) werd in die tijd veelvuldig naar Oostenrijk en Duitsland gebracht. De Weimaraner is een staande hond en de aanleg tot voorstaan komt zeker niet van de Bloedhond of Sint Hubertus Brak. Een ras dat in de ontstaansgeschiedenis van veel staande hondenrassen terug te vinden is is de Spaanse Pointer en onmiskenbaar heeft dat ras ook invkloed gehad op de Weimaraner.

Leithund
Het ligt verder voor de hand dat de uitgestorven Leithund een rol heeft gespeeld bij de totstandkoming van de Weimaraner als ras. De Leithund was een hond die aangelijnd werd ingezet om het wild te lokaliseren alvorens men met de jacht begon. De Leithund moest een rustig karakter hebben en mocht niet hals geven (blaffen) als hij het wild gevonden had. Zodra de Leithund het wild had opgespoord, werden de brakken losgelaten om het wild op te jagen en te stellen. De Leithund kwam in verschillende kleuren voor, waaronder ook grijs. Aangenomen kan worden dat de tegenwoordige zweethonden zijn ontstaan uit de leithund.

Met de introductie van het jachtgeweer veranderde de jachtmethoden aanzienlijk. Aanvankelijk was het geweer nog niet zo trefzeker. Vaak werd een dier wel geraakt, maar niet direct gedood. Hierdoor ontstond er een grotere behoefte aan honden die het zweetspoor (ofwel het bloedspoor van het gewonde wild) konden volgen tijdens de zogenaamde nazoek. Omdat men, in tegenstelling tot de in stilte werkende Leithund, bij het zweetwerk wel graag een luid werkende hond zag, ging men ertoe over de brak in te kruisen. Zo ontstond een rustige, evenwichtige en spoorvaste speurhond die luid op spoor was en het wild tevens stelde.

Erkenning
In 1896 werd de Weimaraner erkend als ras, nadat een eerste verzoek daartoe reeds in 1882 bij wat wij nu de kennelclub zouden noemen (Delegierten Kommission) was afgewezen. Er was aanvankelijk veel oppositie tegen erkenning, daar veel kynologen van mening waren dat de Weimaraner slechts een kleurvariëteit was van de Duitse Staande Korthaar. Uiteindelijk werd juist op basis van de onderscheidende kleur besloten dat de Weimaraner een op zichzelf staand ras was. Hij was daarmee het vijfde specialistische jachthondenras dat in Duitsland erkenning kreeg. De (inmiddels uitgestorven) Dreifarbige Wütemberger Vorstehhund, de Duitse Staande Draadhaar, de Duitse Staande Korthaar en de Duitse Staande Langhaar waren hem voorgegaan. In 1897 legde Major von Bünau de eerste raspunten vast. In datzelfde jaar werd de eerste vereniging opgericht, de ‘Verein zur reinzücht des silbergrauens Weimaraner Vorstehhundes’, waarvan de naam een jaar later werd gewijzigd in ‘Verein zur Züchtung des Weimaraner Vorstehhundes’. Het eerste geregistreerde en dus officiële Weimaranernest werd in 1881 geboren in de kennels van ritmeester Pitschke in Sandersleben.

Op 27 april 1935 werd de rasstandaard gewijzigd en werd ook de Weimaraner Langhaar erkend.

Herber
Na WOI heeft Major Robert Herber (1867-1946) een belangrijke rol gespeeld bij de opbouw van het ras. Samen met zijn vrouw Hetty runde hij de kennel ‘Aus der Wulfsriede’. Herber wordt wel beschouwd als de ‘vader’ van het ras. Hij ging ervan uit dat de Weimaraner zijn oorsprong vond in oude brakken, maar sloot niet uit dat de voorouder van de Bloedhond, de zwarte St. Hubertusbrak, een rol had gespeeld in het ontstaan van het ras. Hij ging ervan uit dat er al vroeg kortharige, grijze honden aanwezig waren en achtte het waarschijnlijk dat iemand op een gegeven moment doelbewust met excellente jachthonden in deze kleur is gaan fokken. Met name in de streek Thüringen, waarin de stad Weimar ook gesitueerd is, kwamen deze honden in grotere aantallen voor.

Voorstaande hond
Net als de Duitse Staande Draadhaar wordt de Weimaraner vanwege zijn aangeboren verdedigingsrang wel als ‘jachtopzichtershond’ aangeduid. Voor een boswachter, koddebeier of jachtopziener was het een heel prettig idee om een hond bij zich te hebben die hem kon beschermen.

De Weimaraner is een allround jachthond. Zoals zijn naam Weimarse ‘staande’ hond al doet vermoeden, staat hij het wild (veer- en haarwild) voor. Het voorstaan houdt in dat de hond het wild aanwijst. Om het wild op te sporen zal de staande hond met hoog gedragen hoofd het jachtveld systematisch zigzaggend doorkruisen. Men noemt dit het revieren. Als hij verwaaiing krijgt, ofwel als hij de reuk van het wild in zijn neus krijgt, zal hij direct in zijn beweging bevriezen. Dit kan in de karakteristieke pose zijn, waarbij één voorpoot wordt opgetild. Dit is echter niet noodzakelijk. Ook komt het wel voor dat een hond juist een van de achterpoten hoog houdt bij het voorstaan, afhankelijk van hoe zijn voeten staan op het moment dat hij in zijn beweging verstart. De hond kijkt intensief naar de plek waar hij het wild weet. Hij moet vervolgens geduldig wachten tot de voorjager dichterbij is gekomen. Op diens signaal stoot de hond vervolgens het wild uit zijn dekking, waarna het geschoten kan worden.

Nazoek, apport en zweetwerk
Ook ná het schot staat de Weimaraner echter zijn mannetje. Ook bij de nazoek en bij het apport van het wild is hij een grote hulp. In Duitsland is hij tot de dag van vandaag een populaire jachthond die veelvuldig wordt ingezet. Ook bij de zogenaamde ‘zweetstations’ in Duitsland wordt dit ras ingezet. Als er ergens wild (en dan met name reewild of wild zwijn) wordt aangereden of aangeschoten, worden honden van deze zweetstations ingezet bij het opsporen van gewond wild dat niet gevonden kan worden. Het zogenaamde zweetspoor dat de hond dan volgt is in feite het bloedspoor van het gewonde wild. Het kost soms dagen voordat het gewonde dier gevonden wordt en uit zijn lijden verlost kan worden. Het mag duidelijk zijn dat men bij dit werk uitsluitend honden kan gebruiken die beschikken over een uitstekend reuk- en uithoudingsvermogen die zich lang kunnen concentreren.

De geweldige neus van de Weimaraner heeft hem ook op andere vlakken dan de jacht onmisbaar gemaakt. Zo kan hij worden ingezet als drughond bij de douane, of als speurhond.

Langhaar
De Oostenrijkse Ludwig von Merey von Kapos Mere (1871-1938, die veel boeken over jachthonden heeft geschreven onder het pseudoniem Hegendorf, heeft een belangrijke rol gespeeld bij de ontwikkeling van de Weimaraner Langhaar. Op de hondenshow in Wenen in 1934 werd de reu ‘Tell von Stranzendorf’ uitgebracht, die veel commotie veroorzaakte: hij was langharig. Tell werd geboren uit twee kortharige Weimaraners: ‘Hella Wagner’ en ‘Pollo von Hollabrunner’, die beide ook uit korthaarouders geboren waren. Hegendorf was met name geïnteresseerd in jachtopzichtershonden, die hun baas konden helpen bij de bestrijding van stroperij. Vachtkleur of –lengte waren voor hem totaal ondergeschikt aan de functionaliteit van de hond. Hegendorf had nauw contact met de voorzitter van de Oostenrijkse Weimaranerclub, de heer Stockmeyer, die prins Hans von Ratibor Hohenlohe ervan overtuigde dat de Weimaraner een bijzonder handige jachthond was. Dit resulteerde erin dat Oostenrijkse boswachters en jagers in dienst van de overheid met Weimaraners gingen werken.

Op de Internationale Wereldtentoontelling in Frankfurt am Main in 1935 werd het voorval van de langhaar Weimaraner besproken door de Deutsche Fachschaft en de Österreichische Weimaraner Verein. Veel leden bevestigden dat er in het verleden meer langharen geweest waren. Op basis van die kennis werd besloten de langharige variëteit te accepteren. Met name Hegendorf, gebruik makend van de invloed van Stockmeyer, heeft een belangrijke rol gespeeld om de voorzitter van de Duitse vereniging, Herber, te overtuigen van de waarde van de langhaar. In 1936 was de reu Illo von Hipkendahl, geboren uit twee kortharen, de eerste Weimaraner langhaar die werd ingeschreven in het Duitse register.

Door het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog werd de fragiele basis van de langhaar teniet gedaan. Dankzij enkele fokkers in Oostenrijk die nog enkele nesten konden fokken, ging de langhaar niet geheel verloren.

In 1965 werd het in Duitsland verboden om de langhaar en de korthaar onderling te kruisen, tenzij er een indicatie is dat de korthaar genetisch langhaar in zich herbergt.

Nederland
De allereerste inschrijvingen in het Nederlands Hondenstamboek (NBSH) van Weimaraners vond plaats in 1898 (De stamboomnummers 749 en 750 voor Roland en zijn nestzus Bella). Dit wil overigens niet zeggen dat dit ook de eerste Weimaraners in ons land waren.

Pas halverwege de jaren ’50 kwam de fokkerij in ons land op gang. De eerste importen kwamen uit Duitsland, waarna ook importen uit Oostenrijk volgden. De eerstvolgende registratie van een Weimaraner in het Nederlandse HondenStamBoek was in 1957.

De eerste samenkomst van Weimaraners in ons land was op 13 maart 1966 op de raskeuring in het Jagerhuis in de bossen bij Zeist. Er waren maar liefst 46 inschrijvingen. Over het algemeen waren de Weimaranereigenaren echter niet zo happig om naar tentoonstellingen te gaan. De meeste liefhebbers van het ras waren jagers die er weinig lol in zagen om de hele dag met hun hond in een hal te gaan zitten. Ze gingen liever met hem de bossen in!

De eerste langhaar Weimaraner die als importhond naar ons land kwam, was de reu ‘Hief aus der Greifenburg’. De eerste in Nederland gefokte langhaar was ‘Thera van d’Oude Stee’, die werd gefokt door de heer S. van Schuppen.

De langhaar Weimaraner komt in ons land vanaf het begin minder voor dan de korthaar. Met name in de jaren ’70 zijn er enkele langhaarreuen geweest die een zware stempel op het ras hebben gedrukt. Toen eind jaren ’90 meer inzicht kwam in de efelijkheidsleer en men er achter kwam dat veelvuldige toepassing van inteelt tot grote problemen kan leiden, ging men in dit licht ook binnen de vereniging kijken naar de populatie langharen. Bij inteeltdepressie is sprake van een verminderde vitaliteit en fertiliteit en komen er kleinere nesten voor. De Nederlandse vereniging staat geen kruisingen toe van kort- en langharen. Kruisingen zullen door de Raad van Beheer niet in het stamboek ingeschreven worden zonder goedkeuring van de rasvereniging, conform een getekend convenant tussen de rasvereniging WSH en de Raad van Beheer.

Vereniging
Op 24 mei 1970 organiseerde Kees Hoekzema de oprichtingsvergadering voor een Nederlandse club. In april 1971 werd de vereniging voorlopig erkend. Toen er vijftig mensen lid geworden waren, werd de ‘Vereniging de Weimarse Staande Hond’ erkend door de Raad van Beheer op Kynologisch Gebied. Men probeert de fokbasis te verbreden door importen uit Engeland en Duitsland.

Voor de Nederlandse vereniging is het belangrijk om te onderstrepen dat de Weimaraner een jachthond is die over de daarvoor benodigde eigenschappen beschikt. Om leden de mogelijkheid te bieden om zich voor te bereiden op het echte veldwerk bij veldwedstrijden , organiseert de Vereniging de Weimarse Staande Hond elk jaar een aanlegproef veldwerk. Deze proef heeft tot doel de aanleg van de hond voor het veldwerk te bepalen. Ook worden er door rasvereniging regelmatig veldwedstrijden georganiseerd, evenals een cursus veldwerk en een appèl- en apportproef. De hond wordt hierbij getest op onderdelen die de werkelijke jacht dicht benaderen. Tenslotte organiseert de Vereniging de Weimarse Staande Hond elk jaar een Zweet- en Sleepspoorproef om de aanleg voor dit werk te toetsen.

Karakter
In Duitsland wordt de Weimaraner wel ‘Ein Kopfhund’ genoemd. Hij is een intelligente hond, maar wel een ‘met een kop erop’. Hij kan eigenzinnig zijn en zal zijn intelligentie niet altijd ten faveure van de eigenaar gebruiken.

De Weimaraner is een zeer aanhankelijke en fijngevoelige hond die bijzonder toegewijd is aan zijn baas en diens gezin. Hij reageert sterk op de gemoedstoestand van zijn baas en gedijt het beste bij een baas die hem opvoedt op basis van positieve bekrachtiging, waarbij de hond beloond wordt voor gewenst gedrag. De Weimaraner kan in het algemeen slecht tegen een harde aanpak. Aangezien hij doorgaans gemakkelijk op te voeden is, is dit ook absoluut onnodig. Als u hem consequent bijbrengt wat u van hem verlangt, zal hij u graag plezieren door te gehoorzamen.

De Weimaraner kan wat terughoudend zijn naar vreemden. Hij zal niet snel aanslaan bij normale geluiden in en om het huis. Pas wanneer hij het echt niet vertrouwt, zal hij zijn baas hiervan op de hoogte stellen door te blaffen. Het aanslaan bij gevaar kan bij sommige Weimaraners behoorlijk heftig worden. Dan vliegen de planten van de vensterbank iedere keer als er iemand langs het huis loopt, doordat de hond dwars door het raam de indringer wil verjagen.

De Weimaraner is een temperamentvolle hond die een grote beschermingsdrift heeft naar zijn baas en diens gezin. Hij wordt door zijn bazen vaak omschreven als: stoer met een klein hartje. Een beetje een ruwe bolster, blanke pittype dus.

Er zijn geen duidelijke karakterverschillen aanwijsbaar tussen de langhaar en de korthaar. Individuele verschillen tussen diverse honden zijn er natuurlijk wel, maar deze zijn niet toe te schrijven aan de vachtstructuur.

Opvoeding
De hoge intelligentie en het grote leervermogen van de Weimaraner kunnen een zegen zijn of een last. Wie de capaciteiten van zijn hond ten volle benut en hem veel mentale en fysieke uitdaging biedt, heeft een moordhond aan dit ras. Maar wie het met de opvoeding niet zo nauw neemt en de hond veel aan zijn lot overlaat, kan van een koude kermis thuiskomen.

De Weimaraner is een dominantiegevoelig ras. Met name de heren willen graag weten waar ze staan in de hiërarchie. Als u niet duidelijk leiding neemt, neemt uw Weimaraner(reu) het graag van u over.

De Weimaraner heeft zoals gezegd een consequente opvoeding nodig. Spreek voor u uw pup in huis haalt met het hele gezin af wat de regels zijn voor de hond en zorg ervoor dat iedereen deze regels ook naleeft. Wat de hond op volwassen leeftijd niet mag, moet u hem ook niet toestaan als pup. Het is misschien heel vertederend als uw pup ’s morgens tegen u opspringt als u naar beneden komt. Als uw Weimaraner is uitgegroeid is dat echter niet meer zo’n gezellig ochtendritueel. Voor de hond is het onbegrijpelijk dat gedrag waar hij eerst voor beloond werd (pup springt op, baasje aait), later wordt bestraft. Zoals alle kortharige jachthondenrassen is de dunne vacht van de korthaar Weimaraner soms een zegen (tijdens warme eendenjachten in augustus en september) en soms een extra punt van aandacht. De korthaar Weimaraner met voldoende jachtpassie laat zich bij het werk niet belemmeren door de kou. Maar zijn voorjager doet er goed aan daar wel op te letten, door hem na zijn inspanningen goed af te drogen en een warm plekje te gunnen. Er zijn echter ook kortharen die hun ‘tere billetjes’ liever niet de koude, natte grond laten raken. Dat kan wat lastig zijn met de lig- en zitoefeningen op het trainingsveld. Een kleedje waarop hij deze oefeningen in de aanleerfase kan uitvoeren bij kou of nattigheid kan wonderen verrichten.

In de pubertijd van uw Weimaraner is het zaak om even goed de puntjes op de ‘i’ te zetten. Het kan lijken of uw Weimaraner in deze periode alles vergeten is wat u hem daarvóór hebt aangeleerd. Maar wanhoop niet! Gewoon rustig de regels blijven bevestigen en hopen dat het gauw overgaat. Veel Weimaraners gaan in deze periode ook sloopgedrag vertonen in huis of tuin. Ook dit is een tijdelijk euvel.

Kinderen De Weimaraner wordt omschreven als een kindvriendelijke hond. Hij is doorgaans gek op de kinderen die bij ‘zijn’ gezin horen en zeker voor oudere kinderen kan hij een heel fijne stoeikameraad zijn. Hij zal in ieder geval eindeloos ballen voor ze willen terugbrengen! Met grotere kinderen kunnen afspraken gemaakt worden over hoe de hond behandeld moet worden en wat de regels voor omgang met de hond zijn. Met kleinere kinderen is dat minder goed mogelijk. Daarom is het essentieel dat u er altijd actief bij bent als kind en hond samen in een ruimte zijn. Zo kunt u observeren hoe zij met elkaar omgaan en waar nodig bijsturen. Als zij uitsluitend positieve ervaringen met elkaar opdoen, zullen zij zeker de beste maatjes worden.

Door de latent aanwezige verdedigingsdrang bij de Weimaraner moet u echter wel in de gaten houden dat hij het gestoei van uw kinderen met vriendjes die komen spelen heel anders kan interpreteren dan het in werkelijkheid is. Het is niet uitgesloten dat hij uw kind te hulp zal willen schieten als hij het idee heeft dat het bedreigd wordt. Het is uw verantwoordelijkheid als ouder en hondeneigenaar om te voorkomen dat uw hond in dergelijke situaties terechtkomt.

Sommige mensen vinden het belangrijk dat hun kinderen ook de verantwoordelijkheid voor de hond mee dragen door hem zelfstandig uit te laten. Nog los van het feit dat een volwassen Weimaraner een bijzonder krachtige en sterke hond is die het kind fysiek domweg niet de baas zal kunnen, weet u ook niet wat uw kind en hond onderweg tegenkomen. Zelfs met een goed opgevoede, niet trekkende Weimaraner kan uw kind op straat in een situatie komen die hij niet kan overzien. Bijvoorbeeld als uw hond wordt aangevallen door een andere hond. Ook in deze situatie geldt dus de regel: blijf er zelf bij als kind en hond samen zijn.

Als u kleine kinderen heeft, moet u er alert op zijn dat de Weimaraner bijzonder energiek is en bovendien nog wel eens zo lomp kan zijn als de spreekwoordelijke olifant in een porceleinkast. Een kind is zó omver gelopen en ook al bedoelt de hond er niets kwaads mee, het kan wel heel vervelend uitpakken.

Verder zijn er Weimaraners die moeilijk overweg kunnen met druk kindergedrag en die happerig reageren op rennende en gillende kinderen.

Gezondheid
Zoals bij de meeste grotere rassen komt heupdysplasie voor. De rasvereniging stelt dan ook als eis dat Weimaraners waarmee gefokt wordt HD vrij moeten zijn. Gelukkig blijkt uit de HD-uitslagen dat deze aandoening steeds minder voorkomt. Oogaandoeningen als entropion, ectropion en distichiasis kunnen van tijd tot tijd eens voorkomen. Als tamelijk groot ras is de Weimaraner ook gevoelig voor een maagtorsie. Houd daarmee rekening bij het eetpatroon (niet te veel in een keer en zeker net direct na of voor het eten grote fysieke inspanningen laten verrichten). Datzelfde geldt overigens voor het drinken; een grote hoeveelheid water in de maag gecombineerd met inspanningen kan ook tot een maagtorsie leiden.

Hartfalen komt binnen het ras sporadisch voor. Deze aandoening wordt op dit moment niet verder onderzocht door de rasvereniging, omdat sluitende medische controles nog niet mogelijk blijken te zijn. De vereniging blijft de situatie wel volgen. Eigenaars kunnen een ernstige ziekte en overlijden melden. Met behulp van het programma Zooeasy online kunnen de gegevens van de weimaraners actueel gehouden worden. Het aantal overlijdensmeldingen op basis van hartfalen blijft nog laag, waarbij opgemerkt moet worden dat dit veelal op oudere leeftijd plaats vindt.

Hypomyelinatie, ook wel het ‘shaking puppy syndrom’ genoemd, is een autosomaal recessief verervende aandoening die zich uit in een vertraagde ontwikkeling van het myeline in het centraal zenuwstelsel. Zonder myoline is de fijne spiercontrole onmogelijk. Geaffecteerde Weimaranerpuppy’s worden doorgaans vanzelf beter. Op volwassen leeftijd is er niets abnormaals aan de hond te zien. Er wordt in de Verenigde Staten onderzoek gedaan naar deze aandoening, in de hoop de marker voor het afwijkende gen dat de aandoening veroorzaakt te vinden.

Degeneratieve myelopathie (DM) is een fatale progressieve neurologische aandoening van het ruggenmerg bij honden, vergelijkbaar met multiple sclerose bij mensen.

Ook huidproblemen komen voor, vaak veroorzaakt door allergische reacties op (bestrijdingsmiddelen op) grassen en gewassen. De reacties uiten zich vaak op de poten, in de oksels en in de liezen van de hond.

Sinds de staart van de Weimaraner niet meer gecoupeerd wordt, komt het wel eens voor dat hij met zijn krachtige kwispel zijn eigen staart stukslaat tegen bijvoorbeeld de muur of kast. Het is lastig om dit probleem aan te pakken als het zich aandient, maar gelukkig hebben lang niet alle honden met lange staart hier last van.

Blauwe Weimaraner
Sporadisch worden er ‘blauwe Weimaraners’ aangeboden. Dit betreft Weimaraners met een niet-erkende vachtkleur. Deze Weimaraners zijn herkenbaar aan hun antracietkleurige vacht, zwarte neus en zwarte nagels. Conform de officiële rasstandaard is de vachtkleur van een Weimaraner een verdunning van bruin. Bij de ‘blauwe Weimaraner’ betreft het echter een verdunning van zwart. Vaak wordt door de betreffende fokker geclaimd dat dit een ‘speciale kleur’ is, wat dus niet zo is. Het is een kleur die juist niet voldoet aan de rasstandaard.

In het kort
De Weimarse Staande Hond is een veelzijdige jachthond. Een echte allrounder die zowel vóór als na het schot tot zijn recht komt bij de jacht. Men zegt wel dat hij een laatbloeier is, die pas op wat hogere leeftijd tot volle ontplooiing komt. Daar staat tegenover dat hij tot op hoge leeftijd zeer actief blijft.

Hij heeft veel beweging nodig. Drie maal daags een blokje om is echt onvoldoende voor dit ras. U moet er dagelijks flink op uittrekken om uw (volwassen) Weimaraner voldoende beweging te bieden. Natuurlijk zijn er grote individuele verschillen in bewegingsbehoefte en zal niet iedere Weimaraner per se dagelijks een aantal uren in het bos hoeven te lopen. Wellicht nog belangrijker is het om hem ook geestelijk te prikkelen.